








![]()
Kwijtschelding van de koopsom van een onroerende zaak: overdrachtsbelasting én
Bij de verkoop van een onroerende zaak, gevolgd door de (gehele of gedeeltelijke) kwijtschelding van de koopsom, is in beginsel zowel overdrachtsbelasting als schenkingsrecht verschuldigd. Echter, in de Successiewet is een zogenoemde ‘samenloopregeling’ opgenomen. Op grond van deze regeling strekt de overdrachtsbelasting die is betaald over het bedrag waarover tevens schenkingsrecht is verschuldigd, in mindering van het totale schenkingsrecht. Als er voldoende onderlinge samenhang bestaat tussen de verkrijging van de onroerende zaak en de schenking van de koopsom, is deze samenloopregeling van toepassing.
Er bestaat voldoende onderlinge samenhang als sprake is van een samenstel van rechtshandelingen dat als één geheel kan worden beschouwd. Bij kwijtschelding van de koopsom is vooral van belang hoeveel tijd is verstreken tussen de verkrijging van de onroerende zaak en de kwijtschelding. Als de koopsom bij het ondertekenen van de akte van levering wordt kwijtgescholden, is er uiteraard voldoende samenhang. Echter, als de kwijtschelding één jaar na de levering plaatsvindt, hangen de rechtshandelingen in beginsel niet meer voldoende samen. Waar ligt nu de grens? In de praktijk wordt er geacht voldoende samenhang te zijn als de kwijtschelding binnen veertien dagen na de overdracht geschiedt. Hof Amsterdam heeft op 3 februari 1994 beslist dat de samenloopregeling niet van toepassing is als de rechtshandelingen bewust zijn gesplitst (om fiscale redenen) en er 51 dagen zijn verstreken tussen de verkrijging van de onroerende zaak en de kwijtschelding. Ook Hof Arnhem heeft op 28 maart 2006 beslist dat de samenloopregeling niet van toepassing is ten aanzien van de kwijtschelding van het restant van de koopsom vier maanden na de verkrijging van de onroerende zaak. Er was volgens Hof Arnhem onvoldoende samenhang tussen de verkrijging van de onroerende zaak en de tweede schenking. Op 2 februari 2007 heeft Hof Amsterdam zich over de samenloopregeling uitgesproken. Hoewel de feiten in deze zaak enigszins overeenkomen met die in de uitspraak van Hof Arnhem, heeft Hof Amsterdam wel voldoende samenhang geconstateerd tussen de verkrijging van de onroerende zaak en de kwijtschelding van het restant van de koopsom. In de onderhavige zaak was in de koopovereenkomst opgenomen dat de verkoper van plan was om de koopsom gefaseerd kwijt te schelden. Hof Amsterdam hecht veel waarde aan dit feit, omdat daaruit blijkt dat het van meet af aan de bedoeling was om de volledige koopsom van de onroerende zaak kwijt te schelden. Dit duidt op de vereiste samenhang tussen de rechtshandelingen. Het spreiden van de schenking over twee jaren, ingegeven door belastingbesparing, leidt volgens het hof niet tot het verbreken van deze samenhang. Het tijdsverloop tussen de verkrijging en de kwijtschelding is weliswaar van belang bij de beoordeling of sprake is van onderlinge samenhang, maar is niet doorslaggevend. Het lijkt erop dat Hof Amsterdam een ruimere invulling aan de samenloopregeling geeft dan tot nu toe uit de rechtspraak is gebleken. Bij de beantwoording van de vraag of er voldoende samenhang is tussen de verkrijging van de onroerende zaak en de schenking van de koopsom, speelt het moment waarop de intentie van partijen blijkt een belangrijke rol. Naar onze mening kan echter niet worden geconcludeerd dat in alle gevallen waarin de intentie van de verkoper tot kwijtschelding blijkt uit de koopovereenkomst, de samenloopregeling ook bij de tweede schenking van toepassing is. Het risico bestaat namelijk dat bij de eerste kwijtschelding de toekomstige overige kwijtscheldingen direct worden aangemerkt als één schenking. Bron: Hof Amsterdam 2 februari 2007, nr. 06/00112.
Zoeken op Brinckstaete.nl
Nieuwsbrief
BrinckStaete Financiële Diensten B.V.
Prins Hendriklaan 7 Postbus 315 3700 AH ZEIST info@Brinckstaete.nl Tel: 030-6914991 Fax: 030-6982059 |