| Tante- Agaathregeling (2) |
De “Tante-Agaathregeling” geldt niet als u en de ondernemer: a) samen de onderneming drijven, of; b) met elkaar gehuwd zijn of geregistreerde partners zijn, of; c) ongehuwd met elkaar samenwonen. Dat wil zeggen: u heeft in het kalenderjaar waarin de lening wordt verstrekt (óf in het voorafgaande kalenderjaar) meer dan zes maanden onafgebroken met de ondernemer samengewoond en u heeft samen bij de gemeente ingeschreven gestaan op hetzelfde adres.
|
| Tante-Agaathregeling (1) |
De “Tante-Agaathregeling”.is een wettelijke regeling die het voor particulieren fiscaal aantrekkelijk maakt om geld te lenen aan beginnende ondernemers. Als u besluit geld te lenen aan een beginnende ondernemer of aan een fonds dat beginkapitaal verstrekt aan beginnende ondernemers, dan kunt u profiteren van fiscale voordelen. Bijvoorbeeld een extra rentevrijstelling van f 5.000 voor ongehuwden en f 10.000 voor gehuwden. De lening moet dan wel voldoen aan enkele voorwaarden. Het voordeel voor de beginnende ondernemer is dat deze gemakkelijker het beginkapitaal bij elkaar kan krijgen.
|
| Tariefgroep 0 |
Deze tariefgroep heeft geen belastingvrij bedrag en wordt toegepast in de volgende situaties: · U heeft twee of meer dienstbetrekkingen of uitkeringen en bij de andere dienstbetrekking (of uitkering) wordt u al in een tariefgroep ingedeeld die recht geeft op een belastingvrij bedrag. · U weigert voor uw werkgever een loonbelastingverklaring in te vullen.
|
| Tariefgroep 1 (f 427) |
Deze tariefgroep geldt als de basisaftrek van de ene partner wordt overgedragen aan de andere partner. Dit is voordelig als een van de partners niet werkt of een laag inkomen heeft.
|
| Tariefgroep 2 (f. 8.950) |
Dit is de tariefgroep waarin u wordt ingedeeld als u niet in één van de andere tariefgroepen wordt ingedeeld. Deze tariefgroep wordt ook wel de algemene belastingvrije som genoemd
|
| Tariefgroep 3 (f. 17.473) |
U wordt in deze tariefgroep ingedeeld als u naast de eigen basis- en bovenbasisaftrek ook de basisaftrek van uw partner geniet, terwijl uw partner wordt ingedeeld in tariefgroep 1.
|
| Tariefgroep 4 (f. 15.768) |
U komt in deze tariefgroep terecht als u een in Nederland wonende alleenstaande ouder bent met inwonende eigen kinderen, stiefkinderen en/of pleegkinderen en daarmee duurzaam een huishouding voert. Al deze kinderen zijn bij de aanvang van het kalenderjaar jonger dan 27 jaar en tenminste één van deze kinderen wordt in belangrijke mate onderhouden. Met dit laatste wordt bedoeld dat u als ouder recht heeft op kinderbijslag of de ouder onderhoudt het kind voor tenminste f 56 per week.
|
| Tariefgroep 5 (maximaal f. 22.586) |
Voor indeling in deze tariefgroep gelden dezelfde voorwaarden als voor de indeling in tariefgroep 4, maar daarbij gelden verder nog de voorwaarden dat het jongste kind dat tot het huishouden behoort, is bij het begin van het kalenderjaar jonger dan 12 jaar is en u loon uit een tegenwoordige dienstbetrekking ontvangt.
|
| Tariefgroepen |
Bij de heffing van de loon- en inkomstenbelasting heeft de wetgever rekening gehouden met de verschillende soorten leefvormen in Nederland: gehuwd, alleenstaand, de zorg voor kinderen, één of twee werkende partners etc. Een en ander is tot uitdrukking gebracht in een stelsel van tariefgroepindelingen. (belastingvrije sommen) Het gaat dan om vrijgestelde bedragen waarover geen belasting hoeft te worden betaald. Er zijn vijf tariefgroepen. De vermelde bedragen gelden voor het jaar 2000. Vanaf 2001 wordt dit systeem vervangen door zogenaamde heffingskortingen
|
| Teruggaafgrens loonbelasting en premie volksverzekeringen (T-biljet) |
De grens voor teruggaaf op verzoek, op grond van teveel ingehouden loonbelasting en premie volksverzekering over het belastingjaar 2000 is f 26.
|
| Transactie |
De officier van justitie kan besluiten tot een transactie. In zo'n geval betaalt de verdachte een bepaald bedrag aan het Openbaar Ministerie en hoeft hij niet voor de rechter te verschijnen. Het Openbaar Ministerie besluit vaak tot een transactie als het gaat om vergrijpen die niet heel ernstig zijn. Bijvoorbeeld bij winkeldiefstal, of als iemand na een uit de hand gelopen ruzie een ruit bij de buren heeft ingegooid. Het geïnde geld gaat naar de staatskas. Steeds vaker besluit het Openbaar Ministerie eenvoudige strafzaken zo snel mogelijk af te doen met een transactie. Als een verdachte is aangehouden voor een eenvoudig vergrijp en op het politiebureau zit, kan vaak meteen worden besloten welk transactiebedrag iemand moet betalen. Lik op stuk heet dat. Bij een dergelijk lik-op-stukbeleid krijgt een verdachte direct een acceptgiro mee naar huis met het bedrag dat hij moet betalen. Wie niet betaalt, moet alsnog voor de rechter verschijnen. Deze werkwijze heeft zijn voordelen: de verdachte weet snel waar hij aan toe is, strafzaken blijven niet lang op bureaus liggen en de rechtbanken hoeven minder strafzaken te behandelen.
|